Hij meende door een snelle wending van het schip een botsing nog te kunnen voorkomen; doch hoe spoedig de gegeven bevelen ook werden opgevolgd, 't was reeds te laat. Een oogenblik nog... en daar stootten de twee schepen met volle kracht op elkander!

Dit alles was in zoo korten tijd gebeurd, dat Jan Vroolijk, die zich met ontzettende moeite door de gillende en naar achteren vluchtende passagiers heendrong, het voorschip nog niet bereikt had, toen de noodlottige aanvaring reeds had plaats gehad.

Daar zag hij zijn vrouw handenwringend over het dek heen en weer loopen en in minder dan geen tijd was hij bij haar.

"Ons kind!" riep hij in doodsangst, toen hij zijn 마사지구인구직 Willem miste, "waar is ons kind?"

De arme moeder, die zoo bezorgd was geweest voor haar lieveling en hem voor het noodlottig oogenblik geen stonde uit het oog verloren had, kon geen woord spreken. In haar radeloosheid wees zij naar beneden en Jan, die geen woord noodig had, om haar te begrijpen, ijlde naar de trap....

Maar vol ontzetting bleef hij op eenmaal staan.

De toegang tot het scheepslogies was geheel versperd. Het vreemde stoomschip was met vreeselijk gekraak midden in het voorschip van de Maasdam geloopen, had het dek opengespleten en verbrijzeld en stak er met zijn steven hoog boven uit.

Arme ouders! Wat was er van hun jongske geworden? Verpletterd wellicht tusschen de verbrijzelde planken en balken, of omgekomen in het water, dat met geweld het schip binnenstroomde en den kop van 't vaartuig reeds aanmerkelijk deed zinken! Redding was dus onmogelijk, en toch zou het niet in hen opgekomen zijn, deze gevaarlijke plaats te verlaten, als Piet Vlug hen niet met geweld van daar verwijderd en naar het achterschip gebracht had.